| Bouwverslag aanleg van de
Trix Express
modelspoorbaan (Techniek) |
Inhoud
Inleiding
Bekabeling en elektronicabord
Voedingen
Bedieningspanelen
Treinbesturing
Wisselbesturing
Wissel voorkeuzeschakeling
Informatieborden
Bovenleiding
Werkspoor
Koppeling van de snelheidsregelaars
Opstelsporen
Beveiliging
|
| |
| Inleiding |
De techniek pagina is niet geschreven in chronologische volgorde, omdat in de loop van de tijd en het project de techniek nog wel eens veranderd. Drie bouwfases betekent ook drie verschillende inzichten, toevoegingen en aanpassingen in de techniek. Daarom is deze pagina opgedeeld in: Bekabeling en elektronicabord, Voedingen, Bedieningspanelen, Treinbesturing, Wisselbesturing, Informatieborden, Bovenleiding, en Beveiliging. Kijk in de informatie tab om te zien of en wanneer de techniekpagina is bijgewerkt.
De techniek-pagina is verre van volledig, uit eerdere ervaringen en bezoekers van deze site weten we dat er rondom dit onderwerp vele vragen zijn. Mail gerust en stel uw vraag, misschien kunnen wij u verder helpen of voorzien van nieuwe ideeën. (email-adressen zijn te vinden onder de tab informatie)
Indien u plannen heeft techniek van ons over te willen nemen, zouden wij dit graag van u willen weten! |
| |
| Bekabeling en elektronicabord |
Bekabeling, een essentieel onderdeel van een modelspoorbaan. Stroomvoorziening van het spoor, stuur- en signaalkabels, verlichting, aansturing van wissels, pompjes, motortjes en andere objecten die van spanning voorzien moeten worden vereisen een grote hoeveelheid bekabeling.
Na de laatste telling (20/02/2010) staat de teller op ruim 1,5 Km! aan UTP* kabel.
* UTP kabel: Unshielded Twisted Pair, In de volksmond ook wel patchkabel genoemd, bekabeling die o.a. gebruikt wordt voor gebouwbekabeling in computernetwerken. |
| |
 |
Alle kabels worden aan één zijde afgewerkt in
een verdelerkast op zogenaamde LSA-blokken.
Een goede administratie van de kabels en de
plaats op de verdeler is natuurlijk bittere noodzaak. Hoe vind
je anders tussen de tientallen kabels de juiste kabel en
aansluiting als er een wijziging in de schakeling moet plaatsvinden.
Het gebruik van een LSA verdeler heeft het grote voordeel dat bij
wijzigingen in de schakelingen niet het hele parcours opnieuw
getrokken hoeft te worden of dat je onder de tafel moet
sleutelen. Alles is nu op de verdeler te schakelen. |
|
 |
Deze oplossing vergt wat meer kabel, maar de voordelen (flexabiliteit) weegt zeker op tegen de besparingen in de hoeveelheid kabel. Daarbij kunnen wij door onze technische achtergrond redelijk makkelijk aan restpartijen UTP kabel en LSA stroken komen. |
|
 |
Een blik aan de onderkant van de tafel levert het onderstaande reslutaat. Door de fase-uitbreidingen loopt de bekabeling niet helemaal zoals wij wensen, met achteraf uitbreiden en toevoegen zal je wat concessies moeten doen aan de schoonheid aan de onderkant van de tafel. |
 |
|
 |
De voedingen, treinbesturingsprint en wisselbedieningsprinten (details zie overige hoofdstukken) bevinden zich op één bord die buiten het emplacement aan een muur is geschroefd. Het moge duidelijk zijn dat een groot deel van de bekabeling afgewerkt is op dit bord. |
|
 |
| |
| Voedingen |
De voedingen zijn onder te verdelen in de volgende rubrieken:
12 volt ~ voor verlichting, pompjes en motortjes in het landschap
15 Volt = voor alle elektronica
18,5 volt = voor de wisselaansturing
Snelheidsregeling
12 volt ~ verlichting, pompjes en motortjes in het landschap
Om de
verlichting te laten branden heb je stroom nodig. Heb je veel
verlichting, dan kost dat veel stroom. De standaard trafo's die bij de
trein horen, kunnen dat niet opbrengen.
Ergens
in een hoekje had ik nog een trafo liggen voor halogeenverlichting. 11,5
Volt, 4,5 Ampère. Meer dan voldoende voor de verlichting. De
uitgangsspanning van 11,5 volt is behoorlijk stabiel. Ook bij zware
belasting van de trafo.
De
uitgangsspanning van 11,5 volt is wat aan de lage kant, maar voor de
verlichting maakt dat niet uit. De lichtopbrengst is wat minder, maar
het komt weer ten goede aan de levensduur van de lampjes.
In de rubriek Fase 2-2 is al iets geschreven over de problemen met de stroomvoorziening van de verlichting. Het stroomverbruik is thans van dien aard dat we de maximale capaciteit hebben bereikt.
Al snuffelend bij Conrad zag ik stroken met LED-verlichting
voor een zeer schappelijke prijs en uitermate geschikt voor vervanging van de verlichting van de bergen en rotsen. Conrad nr: 181801. De bestaande schijnwerpers zijn vervangen door deze LED-verlichting.
Zes schijnwerpers verbruiken ongeveer 900 mA, een strook LED-verlichting slechts
90 mA. Voor deze verlichting is door middel van een bruggelijkrichter een gelijkstroomcircuit gemaakt.
15 Volt voor alle elektronica
Deze voeding bestaat uit een Velleman-kit type: K7203 gestabiliseerde voeding afgeregeld op 15 volt DC aangesloten op een ringkerntrafo (2 X 18 volt 120 VA) Conrad nr 518689.
Deze voeding wordt gebruikt voor de stroomvoorziening van alle elektronisch componenten, zoals de elektronica op de wisselbesturingsprinten en de stuurkastvoorkeuzeprint. |
 |
18,5 volt voor de wisselaansturing
Deze voeding bestaat uit een zelfde Velleman-kit type: K7203 gestabiliseerde voeding afgeregeld op 18,5 volt DC en aangesloten op dezelfde ringkerntrafo.
Deze voeding wordt gebruikt als stuurstroom voor de wisselbediening via de wisselbesturingsprinten. |
|
Snelheidsregeling
Op het elektronicabord zijn drie regelbare
voedingen gemonteerd. Deze dienen voor het regelen van de diverse treinen. De voedingen
zijn van Velleman nr VM124. Een zeer eenvoudige regelbare
gelijkstroomvoeding, instelbaar van 1,2 – 35 Volt, maximaal 1 Amp. Een en ander
afhankelijk van de aangesloten transformator. Voor ons doel is een transformator
van 12 Volt voldoende, driemaal uitgevoerd, per treincircuit één.
De standaard op
de print gemonteerde instelpotmeter van 4K7 is verwijderd en hiervoor in de
plaats is een schuifpotmeter van 1 Kohm lin. in de bedieningskasten gemonteerd. De waarde van 1
Kohm is gekozen om de regelspanning op een aanvaardbaar niveau te houden om te
voorkomen dat ondoordacht te hard wordt gereden (denk aan de kleinkinderen die
ook graag eens een trein willen besturen). Aangezien we drie voedingen hebben gebruikt zijn per besturingskast ook drie schuifpotmeters gemonteerd,
voor elke trein één. Door middel van een drukknop kan bepaald worden welke
bedieningskast welke trein bediend. Dus ook in bedieningskast 2 en 3 zijn drie
schuifpotmeters gemonteerd om vanuit deze kasten de treinen te kunnen besturen. De rijrichting wordt bepaald door een drukknop per besturingskast en voedingscircuit toe te passen die het
spanningspotentiaal via een elektronische schakeling op de rails omkeert. Zie ook Hoofdstuk: Treinbesturing. |
Op een koelplaat zijn de
drie eindtrappen van de voedingen gemonteerd. Deze koelplaat is voorzien
van twee ventilatoren om de warmte af te voeren. Bij gebruik van drie
aparte voedingen in vollast kan het verbruik oplopen tot (theoretisch)
+/- 54 Watt. Veel van dit vermogen wordt door de eindtrap in warmte
omgezet. |
 |
|
Voorbeeld:
Stel dat de
regelaar zodanig is ingesteld dat de spanning op de rails 4 Volt is. De eindtrap
wordt gevoed door 17 Volt =. (12 Volt ~ x 10/7)
Over de eindtrap staat dus 13 Volt (17-4). Bij een belasting van 1 Amp. geeft dit dus
een vermogen van 13 Watt wat in warmte wordt omgezet.
Met drie voedingen wordt dat dus een aardig straalkacheltje. Koelen is daarom een must.
Nu zijn er vast wel mensen die hiervoor een andere oplossing hebben bedacht, bijvoorbeeld door
gebruik te maken van geschakelde voedingen. Die worden niet zo warm. Dat is
waar. Maar die zijn direct al veel duurder. Deze Vellemankit kost nog geen
tientje (excl. trafo) en aangezien ik hoofdsponsor ben van het geheel…. |
 |
Met de hoeveelheid wissels en wissel schakelmomenten gevoed uit de 18.5 Volt voeding en de maar blijvende groeiende hoeveelheid electronica gevoed uit de 15 Volt voeding, Waarbij beide, zeker deze laatste, redelijk belast kunnen worden rees de vraag, wat verbruiken deze voedingen nu eigelijk en misschien wel belangrijker, hoever kunnen we nog gaan, zitten we aan het eind? Meten is weten. Maar om nu telkens de beschermkap er af te halen en de multimeter op/tussen de voeding te zetten is ook zo'n bedoeling. Bij een van de aankopen bij Conrad liepen we tegen een aantal LCD paneelmeters |
|
aan. Conrad nr 134414 en Conrad nr 134503. Een Digitale voltmeter, 0 tot 199.9 V, parallel over de voeding en een tweede voltmeter van 0 tot 199.9 V parallel over een shunt weerstand welke in het voedingcitcuit geplaatst is, voor het omrekenen en weergeven van het stroomverbruik. Een simpele maar goed werkbare methode om het verbruik van de beide voedingen continue te kunnen meten. Voor volledige aansluitmethodes zie schema hierboven. |
 |
|
| |
| Bedieningspanelen |
De bediening van de verlichting, wissels, treinrichting en snelheid
wordt afgewerkt in een bedieningskast. Om op meerdere locaties langs
de baan de zaak te kunnen bedienen wordt de bedieningskast drie maal uitgevoerd. |
|
| Er zijn drie schuifpotmeters gemonteerd,
voor elke treincircuit één. Door middel van een drukknop kan bepaald worden welke
bedieningskast welke trein bediend. Dus ook in bedieningskast 2 en 3 zijn drie
schuifpotmeters gemonteerd om vanuit deze kast de treinen te kunnen besturen. De rijrichting wordt bepaald door een drukknop per voeding toe te passen die het
spanningspotentiaal op de rails omkeert. (zie treinbesturing) |
|
| |
| Treinbesturing |
 |
De snelheidsregeling van de treinen is vanaf elke besturingskast mogelijk, ongeacht waar de trein zich bevindt. Door middel van druktoetsen in de besturingskasten (zie foto boven, blauwe leds in de toetsen) wordt bepaald welke kast de regeling van een bepaald circuit heeft.
In het software depot is de tekening in detail terug te vinden. |
|
Werking van de schakeling:
Voorkeur instellen voor besturingskast 1: Met toets VK1 wordt een puls (“1”) gegeven op de CP-ingang van J/K flipflop 4027. Uitgang O wordt hoog en via een stuurtransitor zal relais A aantrekken. De schuifregelaar voor de treinregeling van de betreffende besturingskast is dan ingeschakeld.
Door de puls van de toets VK1 worden via koppeldiodes de andere flipflops gereset (ingang CD). De besturingskast die op dat moment actief was is niet meer voor het betreffende spoor actief.
De koppeling van uitgang /O naar de J en K ingangen is bedoeld om te voorkomen dat de flipflop reageert als de toets VK1 meerdere keren wordt gedrukt. Als /O = “0” dan is J en K ook “0”. Signaalwisselingen op de CP-ingang heeft dan geen invloed meer op de werking van de flipflop.
De hierboven beschreven werking voor VK1 geldt uiteraard ook voor de werking van VK2 en VK3.
De schakeling wordt gebouwd voor elk spoor en bovenleiding. Dus de getoonde tekening wordt 3x uitgevoerd.
Als besturingskast 1 actief is, dan is /O van de eerste flipflop = “0”. Door het drukken van de toets RR1 wordt een J/K-flipflop aangestuurd die de rijrichting bepaald met relais D.
Steeds als RR1 wordt gedrukt zal relais D opkomen of afvallen waardoor de rijrichting zal omkeren.
Alleen de RR-toets van de actief zijnde besturingskast kan de rijrichting beïnvloeden.
Om te voorkomen dat bij het inschakelen van de spanning de flipflops een willekeurige stand innemen is aan de SD-ingang van de 1e flipflop een condensator C1 toegevoegd. Deze zorgt dat besturingskast 1 de voorkeur krijgt bij inschakelen van de spanning. Condensator C2 zal de andere flipflops resetten. |
| |
Het vervaardigen van de printplaat:
De printplaat, van bijna formaat A4, heeft wat hoofdbrekers gekost, hoe komen we aan deze print? Na lang speurwerk zonder echt succes, hebben we besloten de print zelf te gaan maken! De benodigde materialen: Printplaats, ontwikkelaar, etsmiddel en overige benodigheden, zijn aangeschaft. |
 |
De ervaring met het maken van printplaten, dus ook de gevaren, zijn ruim aanwezig, echter printplaten maken is een secuur werkje waarbij vele factoren van invloed zijn op het slagen van de print. Omdat we dit niet op een woensdagavond (de standaard bouwavond) redden qua tijd is er een halve dag ingepland. Dit weekend gaat dit gebeuren. Zowel Marcel als ik hebben in het verleden, in professionele omgevingen, vele prints gemaakt, maar in een thuissituatie met ongeconditioneerde omstandigheden is toch andere koek. |
|
| |
Fabrikage van de printplaat
Een kort verslag |
De lay-out
Voor professionele printplaten wordt gebruikt gemaakt van software-applicaties als Layo1, Ultimate/Ultiboard en gaan uit van z.g. Gerber-files welke aangeleverd kunnen worden aan een printstraat. De Gerberfiles bevatten alle informatie over de printsporen, boorgaten en andere benodigdheden voor het slagen van een print. Helaas, deze voorzieningen hebben wij niet.
De lay-out is getekend in Microsoft Visio en op een standaard laserprinter (hoge toner waarde) in spiegelbeeld als film afgedrukt op speciaal transparant laserfolie. |
 |
|
 |
De printplaat
De printplaat is een standaard positieve printplaat en is verkrijgbaar bij de betere elektronicahandelaar zoals ook de ontwikkelaar, het etsmateriaal en flux.
Het hele process maakt gebruik van het z.g. positieve print procedé, niet belichte vlakken (sporen) op de print blijven achter na het etsen. Film en printplaat moet hierop afgestemd zijn. |
|
Het belichten
Het belichten is één van de meest kritisch stappen in het proces. Te kort, maar ook te lang belichten heeft een negative werking op het eindresultaat.
Na een 4-tal proefprintjes bleek voor onze sitatie een belichtingstijd van 2,5 minuten een goed gemiddelde. |
 |
|
Aardig weetje: De door ons gebruikte UV lamp is een gezichtsbruiner welke al weken bij het afval stond om naar de gemeentewerf afgevoerd te worden. We hebben hem gered, schoongemaakt en deed wonderbaarlijk goed zijn werk. Via een digitale regelbare timer (ook een zelfbouw project van 30 jaar geleden) wordt de lamp geschakeld. Na het belichten wordt de print ontwikkeld in een Natriumhydroxidy (na-oh) bad. Binnen enkele tientallen seconden is dit gereed. Na-oh wordt in poedervorm geleverd en moet gemengd worden met water. |
 |
Het etsmateriaal
Het etsmateriaal is ijzer-3-chloride (FeCI3), wordt geleverd in kleine balletjes en moet worden opgelost in water. Voor een snelle oplossing en goede werking van het etsbad is het van belang dat de temperatuur van de vloeistof ruim boven de 20〬C is. 30 tot 40〬C is ideaal.
BIj het oplossen van de balletjes is het van belang dat balletjes compleet opgelost zijn voor dat begonnen kan worden met etsen, dit voorkomt het invreten van achtergebleven korreltjes in de print. Voorkom contact met de huid en alles wat ruikt naar metaal. Het is agressief spul! |
|
Het etsen
Afhankelijk van de temperatuur van het etsmateriaal duurt het etsen van de print ongeveer 10 minuten. Zorg voor een constante beweging van de vloeistof over de print.
Zodra al het overtollige koper van de print is verdwenen, is de print gereed voor gebruik. |
 |
|
 |
Het eindresultaat
Na het etsbad zijn een aantal behandelingen nodig voor het behoud van de print, ruim afspoelen met water zodat alle chemicaliën van het etsbad verdwenen zijn. Opschuren van de print zodat de fotolaag van de printsporen verdwijnt (eventueel opnieuw belichten en ontwikkelen is ook een goed alternatief) waarna de print voorzien wordt van een laag flux. Dit voorkomt oxidatie, bevordert het vloeien van de tin |
|
en voorkomt koude soldeerverbindingen. In bovenstaande foto is het eindresultaat zichtbaar. Op de kolomboormachine zijn de boorgaten geboord. Componenten plaaten, solderen en de print testen. Hij functioneert uitstekend!
Al met al zijn wij zeer tevreden met het eindresultaat! |
 |
|
| |
| Wisselbesturing |
Voor het aansturen van de wissels (37 stuks) hadden
we eerst een eigen ontwerp getekend. Uitgangspunt was een bediening met
slechts één druktoets per wissel. Dus eenmaal drukken rechtdoor,
nogmaals drukken afslaan. Verder was in het ontwerp een schakeling
opgenomen om door middel van een druktoets alle wissels in een vooraf
bepaalde voorkeurstand te zetten. De print was al ontworpen maar nog
niet geëtst. |
 |
Al bladerend op de website van Conrad zie ik een printje met exact
dezelfde mogelijkheden zoals hierboven omschreven (voor de liefhebbers:
bestelnummer 197599-89). Je zou bijna denken dat ze het van ons hebben
afgekeken. Zat bij ons de totale schakeling op twee grote printen (formaat
A4), Conrad heeft een ontwerp voor twee wissels op een printje van 10 x
7 cm. Ook het kostenplaatje is gunstiger dan zelf bouwen. 19
printplaatjes voor 37 wissels kosten € 335 incl. korting. Dus 19
printplaatjes besteld. Scheelt weer ets- en boorwerk. |
|
In ons eerste ontwerp was op een bord met railsontwerp door
middel van ledjes de stand van de wissels te zien. Dit is in een latere versie
weer verwijderd. In het ontwerp van Conrad is deze mogelijkheid ook aanwezig,
dus daar maken we dan maar weer dankbaar gebruik van.
Op het elektronicabord is een wisseltestkastje gebouwd, aan dit kastje kan een kabel met een afstandsbediening verbonden worden. Door middel van een keuzeschakelaar kan een wissel gekozen worden. Deze optie hebben we toegevoegd om onderhoud aan een wissel te kunnen plegen zonder telkens naar het bedieningspaneel terug te moeten om de wissel te schakelen. |
| |
| Wissel voorkeuzeschakeling |
Zoals boven beschreven had ons ontwerp voor wisselbesturing een mogelijkheid om alle wissels in een vooraf geprogrammeerde voorkeurstand te zetten. Doel van de schakeling is een rijcircuit in te stellen waardoor de treinen de maximale afstand kunnen rijden.
De schakeling van Conrad heeft deze mogelijkheid ook, maar functioneert voor geen meter. Dus hebben we zelf een nieuwe schakeling ontworpen waarmee de wissels door middel van een druk op een knop in een voorkeurstand gezet kunnen worden. (zie schema en printontwerp)
De schakeling is met de uitgangen verbonden aan de Conrad-printjes, en wel op de ingangen waar ook de druktoetsen zijn aangesloten om de wissels te besturen.
De ingangen van de schakeling zijn verbonden met de uitgangen van de Conrad-printjes, en wel op die spoelaansluiting die geactiveerd wordt voor de juiste voorkeurstand. (recht of afbuigend)
Globaal werkt de schakeling alsvolgt:
|
 |
Door het drukken van een schakelaar (onderin het schema) start een generator. De eerste wissel krijgt een puls en zal omschakelen. De omschakelpuls van de wissel wordt gecontroleerd aan de ingang (waar alle 37 diodes aan elkaar zijn verbonden). Komt de puls van de wissel niet, dan zal de volgende puls van de generator afgewacht worden. Wederom wordt gecontroleerd of de wisselpuls retour komt. Is dit het geval dan zal deze puls de binaire teller een stap vooruit zetten om de tweede wissel aan te sturen. |
 |
|
Dit proces herhaalt zich totdat alle wissel in de juiste stand staan.
In het meest ongunstigste geval wordt elke wissel 2x aangestuurd.
In het software depot is de tekening in detail terug te vinden. |
 |
|
| |
| Informatieborden |
Het modelspoor emplacement is zo groot dat vanaf de bedieningspanelen niet te zien is wat de standen van de wissels zijn, daarbij zijn er een aantal wissels weggewerkt onder een berglandschap. Ook is van afstand niet te zien of de opstelsporen al dan niet spanningsloos zijn.
Dit is opgelost door het plaatsen van twee informatieborden boven de baan.
Op elk bord is een deel van het emplacement zichtbaar waarin door middel van LED's de standen van de wissels en de spanningsvoorziening van de opstelsporen weergegeven wordt. |
|
De LED’s zijn zogenaamde DUO-LED’s groen/rood 5 mm. Dit type LED heeft drie aansluitingen. De middenaansluiting is de negatieve pool (Kathode), de buitenste aansluitingen zijn de positieve aansluitingen voor rood en groen (Anode). Zie ook Software depot voor Datasheet
Dus met spanning op anode rood geeft de LED rood licht en spanning op anode groen geeft de LED groen licht.
Met spanning op beide anodes geeft de LED oranje licht.
Geeft de LED groen licht dan staat de betreffende wissel op recht. Rood licht betekent dat de wissel op rond staat.
Voor de opstelsporen betekent rood dat het spoor spanningsloos is en er geen trein op kan komen of dat de opgestelde trein niet rijden kan. Groen betekent dus dat het spoor spanningsvoerend is.
Met véééél kabel zijn de borden verbonden met het elektronicabord. Zo worden de LED’s in serie geschakeld met de LED’s op de wisselbesturingsprintjes. Alles bij elkaar weer ongeveer 135 meter 8-aderige UTP-kabel gelegd. |
| |
| Bovenleiding |
 |
De Sprinter, de Hondekop, de 1800 series en nog wat ander rijdend materieel zijn voorzien van pantografen, stroomafnemers, deze treinen kunnen in modelspoorvorm rijden zonder de bovenleiding, maar dat is natuurlijk niet zoals het bedoeld is. Vanaf het eerste moment, aan het begin van fase 1, was al besloten bovenleiding toe te voegen aan de modelspoorbaan zodat de treinen met pantografen ook daadwerkelijk via de bovenleiding van spanning worden voozien. |
|
In de handel zijn standaard sets bovenleiding en masten te krijgen, Echter je betaald al snel meer dan 3,50 euro voor een stukje bovenleiding van 30 centimeter. Wanneer we fase 1 t/m 3 optellen hebben we al ruim 60 meter rails, dus dit gaat aardig in de papieren lopen.
Messing van nog geen 50 cent per meter, een rolletje tin en engelengeduld levert een monsterklus maar bespaart een hoop geld. In elke meter bovenleiding gaat al snel 2.5 meter messing zitten. Nog niet gesproken over de hoeveelheid masten. |
 |
Werken aan de modelspoor vindt niet alleen plaats op zolder waar het spoor opgesteld is. De keukentafel is een goed alternatief. Met vooraf gemaakte mallen en bouwtekeningen wordt de monsterklus geklaard en wordt de ruim 150 meter messing verwerkt. |
 |
|
Het maken van de bovenleiding is één, het plaatsen is twee. Dit is een secuur werkje waar veel geduld en testmeters gemaakt worden. Bovenleiding plaatsen in een zig-zaggende beweging om slijtage aan de pantografen te voorkomen. In bochten en boven wissels en kruisingen voorkomen dat de pantograaf van de bovenleiding afloopt of achter een kruisende messingdraad blijft hangen met als gevolg dat de hele boel kapot getrokken wordt. |
 |
|
 |
| |
| Werkspoor |
Een ander nieuwigheidje is gemaakt bij het reparatiespoor. Dit is het doodlopende spoor bij de linker berg. Dit spoor wordt gebruikt om reparaties aan treinstellen uit te kunnen voeren. Maar het is wel lastig als de bovenleiding steeds in de weg zit. Hier is de volgende oplossing voor bedacht: Boven de rails is een draaibaar glazen dak gebouwd waaronder de bovenleiding is bevestigd. Bij werkzaamheden kan dit dak omhoog gezet worden zodat de rails helemaal vrij komt. Dit omhoog klappen gebeurt elektrisch door middel van een servo. De servo wordt bestuurd door een elektronische schakeling. Met de schakelaar kan de servo het dak in staande positie zetten. |
 |
|
Met geopende schakelaar kan door middel van de regelbare weerstand van 50 Kohm exact de gesloten stand bepaald worden.
De constructie is zo gemaakt dat de servo een draai van 180 graden maakt en het dak 90 graden. |
|
| |
| Koppeling van de snelheidsregelaars |
 |
Niet iedereen is op de hoogte hoe je meerdere treinen gelijktijdig op dezelfde rails kan laten rijden en hoe de rijrichting geschakeld wordt. Ik zal een poging doen dit uit te leggen aan de hand van de tekening:
De totale voeding bestaat uit 3x regelbare voedingen (kosten +/- € 10,00 per stuk, excl. trafo) Op de voedingen zitten instelpotmeters van 4K7. Deze heb ik verwijderd en vervangen door schuifpotmeters van 1K-lineair en in de regelkasten gebouwd. De reden van de waarde van 1 K is dat je met de gebruikte trafo’s de snelheid van de treinen een beetje in de hand houdt. De uitgang van de voeding is verbonden met een twee-polige wisselschakelaar. Omdat wij op drie verschillende plaatsen de treinen kunnen bedienen hebben wij geen schakelaars toegepast maar relais. |
|
Deze relais worden aangestuurd door een stuk elektronica. (Zie schema hierboven voor de uitvoering met relais).
De drie schakelaars worden met één poot aan elkaar verbonden en met de middenrails verbonden. Zie de stippellijn.
De andere poot van schakelaar S1 is verbonden met de rechter rails en bediend motor M1, de linker rails via schakelaar S2 en bediend motor M2 en de bovenleiding via schakelaar S3 en bediend motor M3. Alle motoren hebben dus één gemeenschappelijke retourleiding via de middenrails.
Afhankelijk van de stand van de schakelaar is de rails of bovenleiding dus positief of negatief ten opzichte van de middenrails.
Om kortsluiting te voorkomen moet elke regelbare voeding een eigen trafo hebben of een trafo gebruiken met meerdere gescheiden wikkelingen. Wij hebben gebruik gemaakt van een trafo met twee wikkelingen en een trafo met één wikkeling.
De spanningsregelaar (de “transistor” op de print) is op een koelplaat gemonteerd. Meerdere regelaars op één koelplaat kan, maar dan wel geïsoleerd monteren zodat ze elektrisch geen verbinding met elkaar hebben. |
| Opstelsporen |
 |
Op ons treinencomplex kunnen gelijktijdig 3 treinen onafhankelijk van elkaar rijden. Maar we hebben veel meer treinen en het is ondoenlijk en zelfs ongewenst om op een regelaar meerdere treinen te laten rijden. Hiervoor zijn 9 sporen aangewezen waarop de treinen die niet rijden geparkeerd kunnen worden. Deze sporen worden stroomloos gemaakt zodat de daar opgestelde trein niet kan rijden.
Op de regelkasten zijn per opstelspoor druktoetsen gemaakt die een elektronisch circuit aanstuurt. |
 |
|
De elektronica stuurt op haar beurt weer een aantal relais aan, per opstelspoor een relais. Eénmaal drukken, spoor stroomloos, nogmaals drukken, spoor stroomvoerend.
Op de informatieborden is te zien of en opstelspoor stroomvoerend is (LED = groen) of stroomloos is (LED is rood).
Om te voorkomen dat ondoordacht een opstelspoor stroomvoerend wordt gemaakt waarop een trein staat die gevoed wordt door een stroomregelaar die al een andere trein bestuurt, zal de computer onmiddellijk alles stilzetten en een melding geven.
Pas nadat de situatie is hersteld zal de computer het sein veilig geven en de circuits weer inschakelen. |
| |
| Beveiliging |
Een stukje geschiedenis
Het leuke van een Trix Express spoorbaan is dat je, zonder technische toeters
en bellen, met drie treinen onafhankelijk van elkaar kan rijden. midden + buiten
rail, midden + binnen rail en midden + bovenleiding.
Tijdens bouwfase 1 zijn er natuurlijk al vele test kilometers met de treinen
gereden met alle gevolgen van dien, onder de kenners ook wel een “van
Vollenhoventje” genoemd. Treinen die elkaar de baan uitdrukken omdat ze tegelijk
een wissel op willen, kop-staart botsingen of zelfs frontale aanrijdingen omdat
twee treinen op één baanvak elkaar tegemoet komen en elkaar geen strobreedte
ruimte willen geven... Ook is gebleken dat Engelse wissels bronnen van schade
kunnen zijn.
Toen er weer een gevalletje “van Vollenhoven” optrad vonden wij dat dat
eigenlijk niet zou moeten kunnen. Wat ga je daar aan doen? Met maar één trein
tegelijk rijden kan ook niet de bedoeling zijn. Beveiligen was dus het antwoord.
Maar hoe.
Zoals in het webhoofdstuk geschiedenis al is verteld was de mogelijkheid van
elektronische besturing in de periode tot 1977 nauwelijks aanwezig.
Althans, niet zoals nu met digitale besturing van de huidige merken. Er
was van alles mogelijk met transistorschakelingen en standaard IC
componenten als AND- en NAND-poorten, flipflops e.d. Maar in die tijd
was dat nog behoorlijk aan de prijs, om over computers maar niet te
spreken, die bestonden toen nog niet voor thuisgebruik. Daar kwam nog
bij dat ik voor nop afgekeurde relais kon bemachtigen waarmee een
behoorlijk betrouwbare besturing te maken was.
Het
kostte wel veel ruimte en een hogere spanning om de relais aan te sturen
(48 Volt), maar het functioneerde wel.
In het
huidige computertijdperk is er veel meer mogelijk. Bijna iedereen heeft
wel één of meerdere computers in huis. Dus in de huidige bouwfase (vanaf
2006) is tevens een plan gemaakt om de baan te automatiseren (beveiligen).
Deels
blijft de aansturing handmatig (wissels en treinbesturing), maar worden
de seinen en trajecten door een computerprogramma aangestuurd en
beveiligd. Dit programma leest de wisselstanden uit en weet waar de
diverse treinen zich op het traject bevinden. Het programma kan ook de
rijrichting van de trein bepalen en leest de status van de opstelsporen. |
De uitgangspunten
Er zijn natuurlijk vele vormen van beveiligen, van niet beveiligen tot
compleet automatiseren. Met zijn drieën waren we het er wel over eens dat het
laatste geen optie was, Een compleet geautomatiseerde baan met een vastgelegde
treinenloop is leuk om even naar te kijken maar gaat snel vervelen, zelf bepalen
wanneer en waarheen een trein rijdt blijft natuurlijk het meest uitdagend.
Daarom zijn we van het volgende uitgegaan:
-
De treinenloop en richting is handmatig te bepalen door middel van het
controlepaneel waarop de wisselstanden, rijrichting en snelheden worden
ingesteld.
-
Aan de hand van de wisselstanden, baanvakbezetting,rijrichting en rangeersporen wordt
door een computerprogramma bepaald of een trein voorzien wordt van een groen
sein en dus spanning om te mogen rijden.
-
Een negental baanvakken worden aangewezen als rangeersporen waardoor het
mogelijk moet zijn om negen treinen op de baan te hebben, terwijl er maximaal
drie treinen tegelijk kunnen rijden.
|
Waar beginnen we aan
Om een beeld te krijgen wat dit inhoudt, eerst wat
cijfers op een rij.
Wanneer de drie bouwfases samen opgeteld worden:
- 53 baanvakken, het complete spoor wordt onderverdeeld in 53 baanvakken
o 2 baanvakken buiten de beveiliging gehouden (historisch deel en kolenmijn)
o 3 baanvakken zonder beveiliging (geen seinen)
o 48 volledig beveiligde baanvakken
- 96 hall elementen verwerkt in de 48 baanvakken.
- 37 wissel-uitleespunten
- 3 rijrichting-uitleespunten
- 9 uitleespunten voor rangeersporen
- 1 noodstop-uitleespunt (Parallel geschakeld over meerdere lokaties op de zolder)
- 3 baanbeveiligingen, spanningsonderbrekers
- 3 spanningsdelers, Bied de mogelijkheid de treinen op halve snelheid te laten rijden.
- 300 meter UTP kabel (TBV de beveiliging)
- 8 prints (één hoofdprint , twee mulitplexer prints en zes hall concentrator prints op diverse locaties onder baan)
- 19000 regels Visual Basic code (op dit moment)
|
De techniek
Alle technische details en tekeningen zijn terug te vinden
in het modelspoorbaan software
depot. |
11-11-11 Update, Het blijkt maar weer dat niet alles wat je bedenkt ook werkt zoals je zou willen dat het werkt. De oplettende lezer zal merken dat we de technische invulling van de beveiliging drastisch hebben moeten omgooien.
De initiëel door ons bedachte schakelingen: Hall elementen in de baan => Samenvoegen in paren van 16 op 6 multiplexers onder de baan => Hoofdprint => Computer, bleek in de praktijk toch niet zo te werken als wij gehoopt hadden. De gekozen oplossing had een aantal problemen welke we met de gemaakte keuze niet makkelijk konden oplossen, met als gevolg dat we een heel nieuw concept hebben moeten bedenken om de beveiliging toch werkend te krijgen. Printplaten naar de prullenbak, uithuilen en opnieuw beginnen.
Voor de technisch geïnteresseerde, waar zijn we tegen aangelopen:
- Het scannen van de 96 hall elementen, wissels, opstelsporen en rijrichtingen door de parallelpoort van de computer gaat zo snel dat de achterliggende elektronica het niet bij kon houden,met als gevolg dat verkeerde waarden gemeten worden, VB: actie Lees wissel 1, en krijg reactie van wissel 2.
Dit probleem is redelijk eenvoudig de wereld uitgeholpen door in de computer applicatie een pauze van enkele CPU kloktikken in te bouwen na het zetten van de uitgangen op parallelpoort. Hierdoor krijgt de elektonica voldoende tijd zich in de juiste stand te zetten en de benodigde signalen door te sturen.
- Door het inbouwen van bovenstaande ontstond een tweede probleem. Na metingen met een scope (onmisbaar instrument!!) bleek dat wanneer een trein met volle snelheid over een hall element rijdt de pulstijd ongeveer 10 ms is. Door dat de computer ruim 160 metingen per cyclus moet doen ontstond het probleem dat dit niet binnen 10 ms afgehandeld kon worden en er dus missers ontstaan. Gevolg dat de computer applicatie niet meer weet waar de trein daadwerkelijk rijdt.
Oplossing, dit is een zeer ingrijpende oplossing geworden. ALLE 96 hall elementen worden doormiddel van een Schmitt Trigger en een vertragende RC schakeling enkele miliseconde gebufferd zodat het korte signaal van een passerende trein wat langer vast gehouden wordt.
- Door de enorm lange kabels (Het laatste hall ellement zit qua kabel lengte ruim 15 meter verderop) ontstond er looptijd vertraging en verstoring van de signalen in de aderparen van de UTP kabel.
Oplossing, Ook deze valt onde de ingrijpende oplossingen. De Schmitt Trigger in bovenstaande oplossing heeft een tweede positief effect, de verstorde signalen worden door de Schmitt Trigger opgepakt en weer tot strakke pulsen omgezet. De loopvertraging oplossen door de multiplexers onder de tafel verplaatsen naar een lokatie zo dicht mogelijk op de hoofdprint. Gevolg nog meer kabels naar de hall elementen, elk hall element moet per stuk naar de mulitplexer print gevoerd worden.
Echter hierdoor zijn wel alle loopvertragingen en kabel verstoringen verdwenen.
Hieronder de vernieuwde oplossing |
|
 |
Het schema links toont een vereenvoudigde weergave van de elektronische componenten met daarbij de diverse koppelingen tussen de componenten.
Centraal in het schema de baanbeveiliging print. Nagenoeg vanuit alle componenten wordt de print voorzien van informatie. Zowel via de parallelpoort als een USB poort met een Vellemal K8055 interface worden de signalen de computer in en uitgevoerd.
Per onderdeel een beschrijving:
|
|
Hall sensoren
Als detector voor de lokatie bepaling van de diverse treinen hebben voor zogenaamde hall sensoren gekozen. Een hall sensor is een kleine elektronische schakeling, welke reageert op een magnetisch veld. |
 |
|
| In een eerder stadium hadden we gekozen voor het plaatsen van reedrelais als opnemers, echter deze zijn erg onnauwkeurig en het blijven glasbuisjes dus betrekkelijk breekbaar. Dit ten opzichte van de hall sensoren, deze zitten verpakt in een transistorachtige behuizing en kunnen zeer gemakkelijk tussen de rails gemonteerd worden. |
 |
BIj Conrad hebben we een aantal type hall sensoren besteld om te zien wat de verschillen zijn en welke het beste past bij onze wensen.Uiteindelijk gekozen voor de "UNIPOLARITEITS SCHAKELAAR H501". Zoals eerder vermeld, 96 van deze sensoren moeten in de baan verwerkt worden. |
|
 |
Een klusje waar we nog wel even zoet mee zijn. Omdat we niet vanaf dag 1 het idee hadden de baan te gaan beveiligen zijn grote delen van de baan al helemaal aangekleed of door bergen en tunnels moeilijk bereikbaar.
96 hall sensoren, ieder maal drie aansluitingen (Plus, min en signaal) levert een enorme hoeveelheid bekabeling op. Deze bekabeling zou per hall sensor naar de beveiligingsprint gevoerd moeten worden. Dit wordt iets te veel van het goede, veel kabels maar ook een veel te grote print. Gekozen is om de hall sensoren per 16 te concentreren op 6 kleinere prints onder de spoorbaan.
Welke met twee kabels naar de hoofdprint gevoerd zal worden. Waarmee we het dus met 12 UTP (8 aderige) kabels af kunnen. |
|
 |
De 12 kabels komen samen op twee identieke HALL mulitplexer prints (Linker deel in het schema hierboven) (Het totaal paste niet op 1 print, waardoor we het geheel in tweeën hebben moeten knippen)
De 2 HALL multiplexer prints komen
op de hoofdprint samen op één HEF4051 8 kanaals mulitplexer. De uitgang van deze multiplexer wordt naar de ingang van de parallelpoort op de computer geleid. |
|
| De aansturing van de 6+1 multiplexers vind plaats door een intelligente teller via een aantal uitgangen van de parallelpoort. In het eerste ontwerp hadden we gekozen voor een wat modernere oplossing, een IO kaart via een USB poort. De Velleman K8055. Na met deze kaart getest te hebben bleek deze kaart veel te traag om 96 hall sensoren in hoog tempo uit te lezen. Een commando naar deze kaart kan een vertraging van 20 ms opleveren. Dit 96 maal in een cyclus... Is niet werkbaar. Dus toch maar weer terug gevallen op de parallelpoort, deze is vele malen sneller. De K8055 zal voor een ander doel ingezet gaan worden. Zie verderop in dit verhaal. |
 |
|
WOR sensoren
De Wisselstand, Opstelspoor en Rijrichting data wordt vanuit verschillende lokaties verzameld en naar de hoofdprint gestuurd.
De wisselstanden (37 stuks) worden uitgelezen vanuit de wisselbesturingsprints (Schema Wisselschakelprints 1 t/m 24) Volgens nagenoeg hetzelfde principe als de hall sensoren. Vanuit de wisselbesturingsprints wordt via een drietal multiplexers een signaal naar de parallelpoort gestuurd waarmee de stand van een wissel uitgelezen kan worden.
De status van de opstelsporen (9 stuks), baanvak onder spanning of niet wordt simpel bepaald door de stand van een schakelaar in de betreffende besturingskast (Schema Regelkast 1 t/m 3).
De rijrichting van een trein (3 stuks) wordt
gelezen vanuit een aantal aansluiting op de besturingskastprint (Schema Stuurkast voorkeuze print). De Opstelsporen , de rijrichting en een noodstop signaal komen weer samen op de hoofdprint en gaan via, wederom, een multiplexer de parallelpoort in. |
Parallelpoort
Met de 10 multiplexers ziet het parallelpoortplaatje er
als volgt uit.
| 2 |
parallel 0 |
databit-0 |
p(0) |
Hall teller |
Out |
| 3 |
parallel 0 |
databit-1 |
p(0) |
Hall teller |
Out |
| 4 |
parallel 0 |
databit-2 |
p(0) |
Hall teller |
Out |
| 5 |
parallel 0 |
databit-3 |
p(0) |
Hall teller |
Out |
| 6 |
parallel 0 |
databit-4 |
p(0) |
WOR teller |
Out |
| 7 |
parallel 0 |
databit-5 |
p(0) |
WOR teller |
Out |
| 8 |
parallel 0 |
databit-6 |
p(0) |
WOR teller |
Out |
| 9 |
parallel 0 |
databit-7 |
p(0) |
WOR teller |
Out |
| 1 |
parallel 0 |
controllebit-0 |
p(1) |
Hall teller |
Out |
| 14 |
parallel 0 |
controllebit-1 |
p(1) |
Hall teller |
Out |
| 16 |
parallel 0 |
controllebit-2 |
p(1) |
Hall teller |
Out |
| 17 |
parallel 0 |
controllebit-3 |
p(1) |
Niet in gebruik |
Out |
| 15 |
parallel 0 |
statusbit-0 |
p(2) |
Hall in |
In |
| 13 |
parallel 0 |
statusbit-1 |
p(2) |
WOR In |
In |
| 12 |
parallel 0 |
statusbit-2 |
p(2) |
WOR In |
In |
| 10 |
parallel 0 |
statusbit-3 |
p(2) |
WOR In |
In |
| 11 |
parallel 0 |
statusbit-4 |
p(2) |
WOR In |
In |
|
| |
Aansturing
Met alle sensoren en uitleespunten zit de parallelpoort vol en is er geen ruimte kanaal meer vrij voor de uitgaande lijnen. Gedacht is aan een tweede parallelpoort, echter voor de eerdere tests hadden we de Velleman K8055 nog liggen. |
Via de USB poort wordt deze verbonden met de computer. De uitgaande poorten van de K8055 worden teruggevoerd naar de hoofdprint waar deze een aantal relais zullen aansturen.
Voor elk baanvak twee relais (Totaal 6). Eén relais voor het kortsluiten van de schuifpotmeter van het treincircuit in de besturingskast om de trein te laten stoppen en één relais schakelt een trimweerstand parallel over de schuifpotmeter in de besturingskast. Op deze manier wordt er voor gezorgd dat een trein op een lagere snelheid kan gaan rijden.
|
 |
|
Hierdoor zullen stop en start momenten niet abrupt uitgevoerd worden en wordt er voorkomen dat wanneer een trein vertrekt deze niet direct volgas (indien de schuifpotmeter helemaal open staat) vertrekt. Met alle gevolgen van dien.
Op de hoofdprint zijn drie trimpotmeters geplaats om per circuit de "halve snelheid" te bepalen.
De 20 ms delay op de commando's richting de K8055 is voor dit doel niet ernstig.
|
Software |
 |
Een computer is, via de parallelpoort, verbonden met de hoofdprint. Op de computer is een eigen stuk software geplaatst welke de parallelpoort uitleest en aan de hand van de binnenkomende signalen beslissingen maakt en al dan niet ingrijpt in het rij gedrag van de treinen.
Op het scherm is de gehele treinenloop, wisselstanden, seinstanden en alle nodige informatie realtime te volgen.
Om de computer te integreren op het eletronika bord hebben we de computer compleet ontdaan van kast en in losse onderdelen gemonteerd. |
|
De beveiligingssoftware is geschreven in Visual Basic 6.0 (VB) (Onder Windows
XP) in samenwerking met de inpout32.dll, een binary kernel device driver in DLL
vorm. Als freeware beschikbaar gesteld door: logix4u.net en verzorgt de
interface tussen VB en de parallelpoort. De aansturing van de Velleman K8055 vind plaats door een meegeleverde DLL.
Waarom VB… Als echte Unix Sun Solaris kenner botst dit natuurlijk, maar onze
(Visual) Basic kennis en ervaring is vele malen groter dan C++, Perl, Java of
welk ander programmeertaal dan ook. Ook de eenvoudige interface tussen VB,
inpout32.dll, de parallelpoort en de USB poort. is een reden om VB te gebruiken. Voor ons doel
goed en snel genoeg en voldoet aan onze wensen en eisen.
Eenvoudig omschreven verzorgd de software de volgende zaken:
- Leest aan de hand van een continue counter de 16 poorten van de 10
inkomende multiplexers uit.
- Aan de hand van deze gegevens kan bepaald worden:
o welke trein zich op welk baanvak bevindt
o de wisselstanden
o rijrichting van elke trein
o status van een opstelspoor.
- Aan de hand van kruismatrixen worden er berekening uitgevoerd en wordt bepalaald wat de te nemen
vervolgstappen en condities zijn.
- Stuurt aan de hand van de condities de USB poort aan.
Aan de hand van de baanlayout zijn er kruismatrixen opgesteld die de volgende
zaken regelen:
- Seinstanden aan de hand van baanvakbezetting, rijrichting en
wisselstanden.
- Baanvak bezetting aan de hand van trein / baanvak lengteoverschrijding
en rijrichting.
- Seinstanden aan de hand van baanvakbezetting, rijrichting en
wisselstanden, bijzondere situaties.
- Route tabellen, Volgende baanvak bezetting aan de hand van
baanvakbezetting en wisselstanden.
- Multiplexer status t.o.v. counter en parallel inputvariable.
- Counter en parallel outputvariable t.o.v. multiplexer status.
- Voorrang condities. Seinstanden aan de hand van baanvakbezetting en
wisselstanden.
- Rangeerspoorbezetting t.o.v. treinnummer en baanvakbezetting.
Ik kan je verzekeren dat een Engelse wissel de hoeveelheid regels in de
diverse kruismatrixen aardig op kan voeren. Gezien het feit dat er vijf Engelse
wissels verwerkt zijn in de spoorbaan geeft te denken.
Wanneer de software voor het eerst gestart wordt is deze nog niet op de
hoogte welke trein zich in welk baanvak bevindt. Daarom is er een eenvoudig te
bedienen opstartwizzard toegevoegd die er voor zorgt dat er een herkenbare
beginsituatie gecreëerd wordt. Na het beëindigen van de opstartwizzard is er
geen persoonlijke interactie met de PC meer vereist en kan de gehele
treinenloop, wisselstanden en seinstanden op het scherm gevolgd worden.
Uiteraard wordt de laatste status onthouden zodat een volgende dag niet
wederom de opstart wizzard uitgevoerd hoeft te worden.
Schermafdrukken en andere afbeeldingen zijn terug te vinden in het fotoalbum.
Printschema’s, printlayouts, kruismatrixen en andere documentatie is terug te
vinden in het modelspool
software depot. De VB software is niet terug te vinden in het depot. Indien
iemand meer informatie omtrent de software wilt hebben kan hij/zij contact
opnemen met Marcel Houkes. |
| |